De klassikale dag richt zich noodgedwongen op het midden. Precies de twee groepen die je wilde bereiken vallen daarbuiten.
In elk team dat wij meten zit iemand die al maanden dagelijks met AI werkt en iemand die het nog nooit heeft opengeklikt. Meestal zitten daar nog drie niveaus tussen. Een trainer die voor die groep staat heeft één keuze te maken en die keuze is altijd fout: mikt hij hoog, dan haakt de onderkant af; mikt hij laag, dan verveelt de bovenkant zich.
Dat is geen kritiek op trainers. Het is rekenkunde. Een zaal heeft één tempo en een groep heeft er vijf.
Wat de koplopers kost
De groep die al ver is, is degene die je het hardst nodig hebt. Zij zijn het die collega's meetrekken, die vragen beantwoorden bij de koffieautomaat en die het voorbeeld leveren waarmee je de sceptici overtuigt. Zet je die groep een ochtend lang naar een introductie te kijken, dan raak je precies dat kwijt, en het is bijna niet terug te halen.
Wat wél werkt
- Modules in eigen tempo, zodat wie het al kan doorklikt en wie het niet volgt terugkijkt.
- Een meting vooraf, zodat je weet wie waar zit en niet hoeft te gokken.
- Een aparte sessie voor de koplopers, waarin ze iets bouwen in plaats van iets aanhoren.
- Klassikaal alleen voor wat een zaal nodig heeft: weerstand, afspraken, samen beslissen.
Die laatste regel is de belangrijkste, en hij pleit tegen ons eigen platform. Er zijn onderwerpen waarvoor een scherm gewoon niet volstaat. Alleen zijn dat er minder dan de standaardaanpak veronderstelt, en ze zijn pas aan te wijzen nadat je gemeten hebt.
